Ode aan Gerard Unger

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Onlangs is op 76-jarige leeftijd de bekende (letter)ontwerper Gerard Unger overleden. Hij werd onder andere bekend met het ontwerp voor de ANWB-bewegwijzeringsborden langs en boven de wegen. In de zomer van 2007 tekende Wim Broekman een portret op van Gerard Unger in het toen bestaande vakblad Grafisch Weekblad. Als waardering voor zijn werk, vandaag in de herhaling op JumpLine.

‘The drive van… Gerard Unger’ 

Ieder mens heeft een zekere wil om iets te verwezenlijken. Een drang iets te bereiken. Wat beweegt mensen? GW laat hierover in deze rubriek regelmatig een persoonlijkheid uit de grafische wereld aan het woord. In deze aflevering is dat Gerard Unger (65), sinds vorig jaar hoogleraar Typografische Vormgeving bij de Faculteit der Kunsten van de Universiteit Leiden. Hij studeerde grafische vormgeving, typografie en letterontwerpen aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam (1963-1967) en werkte voor onder andere Total Design en Joh. Enschedé en Zonen. Vanaf 1970 tot begin 2007 gaf hij parttime les aan de Rietveld Academie. Unger ontwierp postzegels, munten, boeken, logo’s en een groot aantal lettertypen, bijvoorbeeld de Swift, Gulliver, Coranto en Vesta. Daarnaast letters voor speciale toepassingen zoals de borden van de ANWB, de metro in Amsterdam en verzekeringsmaatschappij Allianz. Unger ontving diverse prijzen, waaronder de H.N. Werkman-prijs (1984) en de Maurits Enschedé-prijs (1991).

We zitten we op een warme ochtend in de tuin bij het huis waar Unger werkt en woont. Een blakend tam konijn huppelt om ons heen, de buurman is luidruchtig actief bladeren weg te blazen, vogels fluiten daar weer bovenuit en boven ons scheren gierzwaluwen – heel symbolisch, de vogel is een van de inspiratiebronnen voor het ontwerp van de Swift. Kortom, een mooie setting voor bespiegelingen. Unger: “Ik had op geen beter moment geboren kunnen worden. Toen ik begon, was er de enorme maalstroom van veranderingen binnen de grafische industrie. Daarmee kon ik voorop lopen in het temmen van de techniek, bij de overgang van lood naar fotografisch zetten en van hoogdruk naar offset. Direct gevolgd door de vergaande automatisering en digitalisering. Letters maken die geschikt zijn voor de nieuwste technieken – dat was en is steeds weer een uitdaging. Het verfijnen van de grafische techniek heeft overigens lang geduurd. Neem een krant uit 1980 en leg die naast een krant van nu. Je weet niet wat je ziet, de vroegere lijkt wel met modder gedrukt. Het verschil is ongelofelijk groot. Met de hete adem van digitaal drukken in hun nek, hebben de fabrikanten er alles aan gedaan de kwaliteit van traditioneel drukwerk te verbeteren. Dat is geslaagd. Qua techniek én wat materialen zoals papier en drukinkt betreft.”

Typografie

“Mijn interesse voor typografie is al ver voor mijn professionele leven begonnen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het predestinatie is. Dit voorjaar had ik een ontmoeting met een ver familielid, die bezig is met de stamboom. De eerste Unger kwam begin 18de eeuw naar Nederland als suikerbakker en chocolademaker. Maar recenter, twee generaties terug, zijn er heel wat zetters, drukkers en boekhandelaren binnen de familie te traceren. Dat heb ik nooit geweten. Van mijn vaders vader wist ik het wel. Omdat hij jong is overleden, heb ik hem helaas nooit ontmoet. Hij had het patroonsdiploma en een eigen drukkerij, dus mogelijk ligt er een zekere voorbestemming in de genen. Mijn vader werkte bij de verkoopafdeling van de AKU in Arnhem: de Algemene Kunstzijde Unie, voorloper van het huidige Akzo-Nobel. Hij heeft er ook lange tijd de publiciteit gedaan en maakte prachtig drukwerk dat nu zeker nog in de prijzen zou vallen. Mijn vader had ook een grote belangstelling voor hele fraaie boeken. Hij deed er gelukkig niet moeilijk over als ik die boeken driftig bestudeerde. Thuis was er dus altijd mooi drukwerk. De vader van een vriendje had een drukkerij. Daar kwam ik graag; de geur van drukinkt, heerlijk! En de loden letters, heel interessant. Mijn middelbare schooltijd is niet de succesvolste van mijn leven. Voor talen had ik hele goede cijfers, maar de echte leervakken gingen me slecht af. Na mijn middelbare school kwam ik er op de Rietveld Academie tot mijn opluchting achter dat er iets was waarvoor ik talent had. Daarover verheug ik me als het ware nog steeds. Ik vind het zo fantastisch om iets heel goed te kunnen. Bij nieuwe opdrachten heb ik nog steeds datzelfde gevoel.”

Gevoel voor taal

“In mijn vak speelt gevoel voor taal ook een belangrijke rol. Dat zat er bij mij al vroeg in. Ook mijn vrouw heeft veel met taal. Ik herken dat bovendien in onze dochter; zij sprak op driejarige leeftijd al op een verbazingwekkende manier hele volzinnen. Gevoel voor en affiniteit met taal, vaardigheid en interesse, dat moet er bij een typograaf en letterontwerper wel zijn. Hoe die pure interesse voor letters begonnen is? Na de oorlog lag de halve stad Arnhem in puin, ook ons huis was gehavend. Ik kreeg van mijn vader allerlei kostbare, maar beschadigde boeken waarmee ik mocht spelen. Daar heb ik toen veel in gekeken en getekend – lezen kon ik toen nog niet. Toen ik later leerde lezen, ervaarde ik dat als een triomf: het ene moment zie je een pagina met letters en het volgende moment haal je er woorden met een betekenis uit. Mijn interesse voor letters is toen al ontstaan. Vele uren heb ik onder de dekens met een zaklamp boeken letter voor letter bekeken. Terwijl ik las, keek ik ook naar de lettervorm. Vraag me niet waarom, ik weet alleen dat ik het heb gedaan. Op de academie hing ik aan de lippen van mijn docent Letterstudie. Geweldig als een docent een student zo weet te begeesteren. Hij heeft mij later ook nog op verschillende interessante plekken geïntroduceerd. Die ervaringen hebben mij gestimuleerd om ook kennis te delen en te vermeerderen; onderzoek en research te doen. Soms bewust twijfelen aan dingen en je afvragen of het werkelijk zo is. Ik heb altijd tegen het wetenschappelijk milieu aangehangen, maar ben niet als wetenschapper opgeleid. Ik ben en blijf vormgever. Het hoogleraarschap in Leiden vind ik een hele uitdaging. In principe ben ik optimistisch en pragmatisch ingesteld: is er een probleem dan is er altijd een oplossing. Misschien komt dat omdat ik net na de oorlog opgegroeid ben.”

Nieuwsgierig

“Ik ben gigantisch nieuwsgierig naar waar anderen mee bezig zijn en wat ze motiveert. Die nieuwsgierigheid voedt me op alle terreinen. Het grote verschil tussen toen en nu is dat ons vak nauwelijks meer in handen van vakmensen is. Het is een heel open werkterrein geworden, waarin ook veel mensen werkzaam zijn zonder specifieke opleiding. Vaak is gedacht dat het typografische vak mede hierdoor teloor zou gaan. Het zou een puinhoop worden, met de komst van dtp en al die pc’s. Maar wat zie je? Het gaat helemaal niet achteruit. Iemand die de mogelijkheden op zijn pc heeft, wil er meer van weten. Gaat een boek kopen en een cursus volgen. Het heeft een zelfopleidende werking. Omdat ons vak gekoppeld is aan taal en tekst, heeft het bestaansrecht. Mensen produceren massa’s teksten. Mij is vaak gevraagd of er inmiddels niet genoeg lettertypes zijn. Nee zeg ik dan, nog steeds niet. Er is alle reden aan te nemen dat we nog veel meer variaties nodig hebben. Neem de ontwikkeling van mobiele telefoons en de flexibele beeldschermen. De ideale letter bestaat niet. Gelukkig niet. Voor ontwerpers ligt er nog veel werk in het verschiet.”

Dit artikel verscheen eerder op Printmedianieuws.nl 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *